Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 4.19a

Agrarisch bouwperceel

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

1. Een bestemmingsplan voorziet niet in: nieuwe agrarische bouwpercelen; uitbreiding van agrarische bouwpercelen tot een omvang groter dan: 1º. één hectare indien het betreft de gemeenten, Groningen, Haren, Hoogezand-Sappemeer en Slochteren; twee hectare indien het betreft de gemeenten Appingedam, Bedum, Bellingwedde, Delfzijl, De Marne, Eemsmond, Grootegast, Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Ten Boer, Veendam, Vlagtwedde, Winsum en Zuidhorn. 2. Ontheffing van het eerste lid, onder a, is mogelijk ten behoeve van een duurzaam volwaardig volledig agrarisch bedrijf binnen de provincie Groningen, waarvan de verwachting bestaat dat de bedrijfsvoering op termijn duurzaam in stand kan worden gehouden, en indien: sprake is van: uitplaatsing uit de ecologische hoofdstructuur of uitplaatsing uit het bebouwingslint van Midwolda in verband met de aanleg van een vaarverbinding, of uitplaatsing vanwege ruimtegebrek, milieuhinder of een ander ruimtelijk knelpunt, of een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling, en bij de nieuwe locatie rekening is gehouden met het gestelde in titel 4.4 en titel 4.5 en voor de inpassing van de nieuwe locatie de criteria in het zevende lid worden toegepast. 3. Ontheffing van het eerste lid, onder b, is mogelijk voor zover de uitbreiding uit oogpunt van landschap, cultuurhistorie en infrastructuur aanvaardbaar is. 4. Voor zover Gedeputeerde Staten hebben vastgesteld dat bestemmingsplannen kunnen voorzien in agrarische bouwpercelen met een omvang tot maximaal 2 hectare, blijft het in het eerste lid, onder b, onderdeel i, bepaalde buiten toepassing. 5. Een bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tot oprichting van nieuwe agrarische bedrijfsbebouwing en bouwwerken buiten de aangewezen agrarische bouwpercelen. 6. Een bestemmingsplan voorziet in regels ter bescherming van monumentale erven. 7. Indien een bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding tot een omvang groter dan één hectare, bevat de toelichting op het plan een beschrijving van de wijze waarop bij de situering, omvang en vormgeving van het agrarisch bouwperceel, alsmede in de bij het plan behorende regels rekening is gehouden met: het respecteren van de historisch gegroeide landschapsstructuur; het houden van afstand tot andere ruimtelijke elementen; de toereikendheid van de infrastructurele ontsluiting; de evenwichtigheid van de ordening, maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen; de inpasbaarheid van de erfinrichting in het landschapstype; de wenselijkheid om voor de bedrijfsvoering niet meer in gebruik zijnde opstallen met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen op het bouwperceel c.q. het (te) verlaten bouwperceel te saneren.

Rechtspraak bij dit artikel