**1.** Een bestemmingsplan voorziet niet in nieuw ruimtebeslag ten behoeve van, noch in nieuwvestiging van niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies, zoals wonen, niet-agrarische bedrijven, dienstverlening, detailhandel, horeca,maatschappelijke voorzieningen, voorzieningen voor recreatie, anders dan extensieve recreatie.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op ruimtebeslag ten behoeve van:
wetenschappelijk onderzoek door middel van het clustergewijs plaatsen van antennes of sensoren, of beide, tot een hoogte van maximaal 3 meter;
het winnen en opslaan van water, grondwater en delfstoffen;
sportkantines, kleedkamers en sanitair alsmede gebouwen en bouwwerken ten behoeve van terreinonderhoud voor zover gesitueerd op, of aangrenzend aan een bestaand sportcomplex;
gebouwen en bouwwerken ten behoeve van terreinonderhoud en ondergeschikte ondersteunende functies op, of aangrenzend aan een openbaar toegankelijk park of begraafplaats.
**3.** Het bestemmingsplan stelt regels over het hergebruik van bestaande vrijkomende gebouwen en reeds vrijgekomen gebouwen. Deze regels voorzien in ieder geval in het volgende:
de functie wonen wordt beperkt tot het hoofdgebouw;
de ten tijde van de vaststelling van het plan bestaande maatvoering, die bepaald wordt door de goothoogte, dakhelling, nokhoogte, nokrichting en oppervlakte, blijft gehandhaafd behoudens geringe uitwendige aanpassingen;
het voorkomen van onnodige sloop van binnen het plangebied aanwezige monumentale gebouwen;
de bedrijvigheid wordt beperkt tot de milieucategorieën 1 en 2, alsmede behorend tot categorie 3 voor zover naar aard en invloed op de omgeving met categorieën 1 en 2 gelijk te stellen bedrijvigheid, van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering, waarbij detailhandel wordt beperkt tot het aanbieden en verkopen van ambachtelijke, agrarische of aan de agrarische sector gelieerde producten op een vloeroppervlakte van maximaal 60 m2;
de opslag van materialen of goederen op het erf anders dan ter verwezenlijking van de bestemming wordt uitgesloten.
**4.** Een ontheffing van het eerste lid is in ieder geval mogelijk voor:
de realisering van landgoederen;
incidentele woningbouw ter verbetering van ruimtelijke kwaliteit in visueel landschappelijk opzicht; en
de aanleg van recreatiebungalowparken en zelfstandige kampeerterreinen.
**5.** Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt niet verleend als in de planvorming onvoldoende rekening is gehouden met:
het respecteren van historische gegroeide landschapsstructuur;
het houden van afstand tot andere ruimtelijke elementen;
de toereikendheid van de infrastructurele ontsluiting;
de evenwichtigheid van de ordening, maatvoering en vormgeving van de gebouwen;
de inpasbaarheid van de erfinrichting in het landschapstype;
de wenselijkheid om voor de bedrijfsvoering niet noodzakelijke opstallen met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen op het bouwperceel te saneren.
**6.** Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid, onder c, kan eveneens niet worden verleend indien sprake is van vestiging in de ecologische hoofdstructuur, de Nationale Landschappen Middag-Humsterland en Drentsche Aa, het grootschalig open landschap en zones rond wierden en wierdendorpen, de besloten kleinschalige en open gebieden in Westerwolde, de glaciale ruggen, wierden en essen, aangegeven in bijlage 12, kaart 6.
**7.** Een bestemmingsplan stelt regels ten aanzien van de uitbreidingsmogelijkheden van bestaande niet-agrarische bedrijven. Deze regels betreffen in elk geval:
de beperking van de uitbreidingsmogelijkheden tot een eenmalige uitbreiding van de totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing tot een percentage dat de 20% niet mag overstijgen;
de voorwaarde dat de uitbreiding niet leidt tot onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en tot verkeersoverlast.
**8.** Een bestemmingsplan bevat regels over de oppervlakte van woningen, aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen. Deze regels betreffen in elk geval de beperking van de gezamenlijke grondoppervlakte van de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot een oppervlakte die de 300 m², dan wel de bestaande oppervlakte voor zover groter dan 300 m2 niet mag overstijgen.
**9.** Een bestemmingsplan voorziet niet in de aanleg van grote infrastructuur zoals wegen, spoorwegen, buis- en hoogspanningsleidingen met uitzondering van de aanleg van infrastructuur binnen de in bijlage 11, kaart 5c, aangegeven reserveringszones en het daar aangegeven zoekgebied.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4.27
Niet-agrarisch grondgebruik
Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009