Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.5

Overgangsrecht

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

1. Besluiten die zijn vastgesteld op grond van de Milieuverordening provincie Groningen, vervallen in ieder geval van rechtswege vijf jaar na het in werking treden van de overeenkomstige bepalingen van deze verordening. 2. Besluiten die zijn vastgesteld op grond van de Grondwaterverordening van de provincie Groningen 1997, de Organisatieverordening waterkwaliteitsbeheer 1995, de Verordening op de waterhuishouding in de provincie Groningen 1997 en de Verordening waterkering Noord-Nederland, vervallen in ieder geval van rechtswege vijf jaar na het in werking treden van de Waterwet. 3. De bepalingen uit hoofdstuk 4 van deze verordening zijn niet van toepassing op bouw- en gebruiksmogelijkheden die zijn opgenomen in een ruimtelijk plan waarvoor Gedeputeerde Staten voor de inwerkingtreding van de verordening ontheffing hebben verleend dan wel waarmee zij schriftelijk hebben ingestemd. 4. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verklaren geen bedenkingen te hebben tegen het bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.51, eerste lid, onder h, van deze verordening, mits hen gebleken is dat vóór 15 december 2010 een vergunningaanvraag is ingediend, dan wel niet is ingediend, maar wel de procedure in het kader van de 'bouwblok op maat' methode aantoonbaar is gestart en daarom nog geen vergunningaanvraag is ingediend. 5. Voor zover in een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8 van de Wro in procedure is gebracht, voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 4.18 van deze verordening regels zijn opgenomen die daarmee in strijd zijn, kunnen Gedeputeerde Staten op een met redenen omkleed verzoek van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel