Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 4.13

Windturbines

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

1. Een bestemmingsplan voorziet niet in: de plaatsing van nieuwe windturbines met een ashoogte van 15 m of meer; vervanging van bestaande solitaire windturbines, met uitzondering van vervanging van bestaande solitaire windturbines op de bestaande locatie, waarbij de ashoogte niet groter mag zijn dan de bestaande ashoogte of de wieklengte niet meer mag bedragen dan tweederde van de ashoogte; vervanging van bestaande windturbines in een lijnopstelling met een grotere ashoogte dan 40 m of met een wieklengte van meer dan tweederde van de ashoogte. 2. In afwijking van het in het eerste lid gestelde kan een bestemmingsplan voorzien in de oprichting van windturbines binnen de in bijlage 11, kaart 5b, aangegeven aanduidingen Windturbinepark en Zoekgebied windturbinepark, mits: deze deel gaan uitmaken van een park- of lijnopstelling, en geen grotere wieklengte hebben dan tweederde van de ashoogte. 3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in de oprichting van: maximaal vijf onderzoeksturbines ten behoeve van certificering van offshore windturbines en wetenschappelijk onderzoek binnen het op bijlage 11, kaart 5b, aangegevenZoekgebied onderzoeksturbines,mits: deze deel gaan uitmaken van een park- of lijnopstelling, en geen grotere wieklengte hebben dan tweederde van de ashoogte. en; maximaal vier prototype offshore testturbines, dan wel maximaal drie prototype offshore testturbines en één prototype onshore testturbine ten behoeve van certificering van offshore en onshore windturbines en wetenschappelijk onderzoek, binnen het op bijlage 11, kaart 5b, aangegeven Zoekgebied prototype offshore testturbines. 4. Ontheffing van het eerste lid is niet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel