Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 4.18

Intensieve veehouderij

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

1. Een bestemmingsplan voorziet niet in de nieuwvestiging van een hoofd- of neventak intensieve veehouderij. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een agrarisch bedrijf waar ten tijde van de in werkingtreding van deze herziening reeds intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en dat gelegen is binnen een op kaartbijlage 14 aangegeven: wit gebied voorziet niet in een toename van stalvloeroppervlakte ten behoeve van intensieve veehouderij; geel gebied voorziet niet in een toename van stalvloeroppervlakte ten behoeve van intensieve veehouderij tot een oppervlakte groter dan 5000 m2 dan wel maximaal de bestaande stalvloeroppervlakte voorzover groter dan 5000 m2; groen gebied voorziet niet in een toename van stalvloeroppervlakte ten behoeve van intensieve veehouderij tot een oppervlakte groter dan 7500 m2 dan wel maximaal de bestaande stalvloeroppervlakte voor zover groter dan 7500 m2. 3. Een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid stelt regels die erin voorzien dat binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren. 4. In afwijking van lid 2, kan in een bestemmingsplan aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid worden toegekend om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van een vergroting van de stalvloeroppervlakte, mits deze bevoegdheid aan de volgende voorwaarden is verbonden: de vergroting van de stalvloeroppervlakte is noodzakelijk om tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van het milieu en/of strekt ertoe om het welzijn van de te houden dieren te vergroten door de netto voor het dier beschikbare leefruimte te vergroten; en het aantal te houden dieren zoals vergund mag niet toenemen.

Rechtspraak bij dit artikel