Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om bepalingen van deze verordening met uitzondering van de bepalingen van de titels 4.2, 4.3, 4.4 en 4.5 van hoofdstuk 4 buiten toepassing te laten indien onverkorte toepassing van de toepasselijke bepalingen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard in de verhouding tussen het algemeen belang en de bijzondere belangen.