Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 19

Vergunning gedenktekens

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Albrandswaard 2013

1.. Voor het plaatsen van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.. De rechthebbende of de gebruiker vraagt de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan. Voor een tijdelijk gedenkteken dient ook een vergunning te worden aangevraagd. 3.. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen. 4.. Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is. 5.. Alle kosten voor het plaatsen en aanbrengen, herstellen of vernieuwen van gedenktekens komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker. 6.. Op algemene graven kan slechts een gedenkteken worden aangebracht, indien het graf vol is. 7.. Het college is bevoegd een gedenkteken voor haar rekening en risico tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel