Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

1.. Tot de tweede categorie behoren de volgende gedragingen: het zich niet als werkzoekende inschrijven bij het UWV Werkbedrijf, dan wel de inschrijving niet of niet tijdig verlengen; het niet ondertekenen van het trajectplan zoals omschreven in de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand. 2.. Tot de derde categorie behoren de volgende gedragingen: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een voorziening, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de voorziening; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting in het plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de wet, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de afspraken in het plan van aanpak. 3.. Tot de vierde categorie behoort de volgende gedraging: Het niet volledig naar vermogen voldoen aan de verplichtingen op grond van artikel 9 lid 1 en artikel 55 van de wet, zoals blijkt uit houding en gedrag, in de periode van 4 weken als bedoeld in artikel 41 vierde lid en artikel 43 vierde en vijfde lid van de wet. 4.. Tot de vijfde categorie behoren de volgende gedragingen: het niet of onvoldoende meewerken aan een voorziening gericht op de arbeidsinschakeling, voor zover dit wel heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de voorziening. het niet aanvaarden of door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het niet of onvoldoende meewerken aan een voorziening die een uitkering-vervangend inkomen biedt, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de voorziening; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting in het plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de wet, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de afspraken in het plan van aanpak; het zodanig laten blijken, uit houding of gedrag, dat de verplichtingen op grond van artikel 9 eerste lid onder b van de wet, niet worden nagekomen waardoor de ontheffing op grond van artikel 9a eerste lid van de alleenstaande ouder wordt ingetrokken zoals bedoeld in artikel 9a vijfde lid onder d van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel