Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 12

derde lid Gedragingen met betrekking tot incidentele bijzondere bijstand

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

Artikel 12 lid 3 regelt de afstemming van bijzondere bijstand in die gevallen waarin de belanghebbende geen aanspraak meer kan maken op een voorliggende voorziening, maar hier wel aanspraak op had kunnen maken indien de belanghebbende bijvoorbeeld tijdig de huur- of zorgtoeslag had aangevraagd of tijdig een ziektekostenverzekering had afgesloten. Omdat er geen voorliggende voorziening meer is, kan de aanvraag niet op die grond worden afgewezen, maar dient een verlaging te worden toegepast van 100% van het benadelingsbedrag. Daarnaast regelt dit lid de afstemming waarbij een beroep op de bijzondere bijstand het gevolg is van betoond tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Hierbij moet gedacht worden aan een beroep op de bijzondere bijstand voor kosten die belanghebbende uit zijn eigen inkomen zou kunnen voldoen, maar waarbij door beslaglegging op het inkomen of andere redenen, onvoldoende inkomen overblijft om zelf in de kosten te voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel