De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bij ministeriele regeling voor gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is artikel 16 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden van toepassing.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2013