**1..** De voorzitters en de plaatsvervangend voorzitters worden via het presidium voorgedragen. De twee grootste fracties leveren de voorzitters; de derde en vierde fractie, in grootte, leveren de plaatsvervangers.
**2..** De voorzitter is geen deelnemer. Ook de plaatsvervangend voorzitter is, wanneer deze als voorzitter fungeert, geen deelnemer.
**3..** De voorzitter is belast met:
het leiden van de oriëntatieronde;
het uitnodigen van aanwezigen aan tafel;
gelegenheid geven voor het spreekrecht;
het verlenen van het woord aan de deelnemers. Daarvoor hanteert de voorzitter, voor zover relevant, de volgende basisvolgorde: belanghebbenden/adviseur (kort betoog); college/ambtenaar /deskundige (kort betoog); fractiedeelnemers (vragen); belanghebbenden/adviseur (antwoord); college/ambtenaar/deskundige (antwoord);
het toezien op de aard van de vragen, waarbij technische vragen zoveel als mogelijk moeten worden voorkomen. Deze kunnen (vooraf) aan de ambtelijke organisatie worden gesteld;
het formuleren van nog openstaande vragen;
het leiden van het opiniërende debat, de discussie met de portefeuillehouder;
het vastleggen van de toezeggingen;
het concluderen dat het onderwerp:
is afgedaan;
nogmaals wordt geagendeerd voor een volgende oriënterende ronde;
kan worden geagendeerd als bespreekstuk of als hamerstuk voor de raad;
niet op de agenda van de raad hoeft te worden geplaatst;
wordt aangehouden;
in handen wordt gesteld van het college.
het handhaven van de orde. De voorzitter bewaakt de orde van de vergadering, maar ook de deelnemers aan het gesprek dragen hun verantwoordelijkheid;
het doen naleven van deze regeling.