De rechten, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, eerste en tweede lid en 9 moeten worden voldaan op de volgende tijdstippen:
die vermeld in de artikel 6, tegelijk met het in behandeling nemen van de mededeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats ‘De Leeuwer Enk’ 2013, met dien verstande, dat indien het bepaalde in artikel 6 onder d. van toepassing is, het meer verschuldigde moet zijn betaald binnen vier weken na de dagtekening van de brief die het college van burgemeester en wethouders terzake aan belastingplichtige doet toekomen;
die vermeld in artikel 7, tegelijk met het uitreiken van de terzake verleende vergunning, als bedoeld in artikel 18, eerste en tweede lid, van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats ‘De Leeuwer Enk’ 2013;
die vermeld in artikel 8, eerste lid, - in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 - ineens dan wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later, met dien verstande dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de hiervoor gestelde termijnen;
die vermeld in artikel 8, tweede lid, vóór de datum van ingang van de afkoopperiode, doch niet eerder dan op het moment, waarop wordt beschikt omtrent de aanvraag tot afkoop;
die vermeld in artikel 9, tegelijk met de inbehandelingneming van de aanvraag van grafrecht of tot overschrijving daarvan.
Artikel 12.
Tijdstip van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van begraafrechten 2013