Naar hoofdinhoud
1.. Voor het door of vanwege de gemeente voorzien in het algemeen onderhoud van de begraafplaats als bedoeld in artikel 19 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats ‘De Leeuwer Enk’ 2013, wordt per jaar geheven € 73,30 met dien verstande dat: het onderhoudsrecht verschuldigd is bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht; indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, het recht verschuldigd is over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven; indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, voor het recht ontheffing wordt verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het eindigen van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven; belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven; geen ontheffing wordt verleend, indien deze minder dan € 5,00 bedraagt; het onderhoudsrecht tevens verschuldigd is terzake van een gereserveerd graf, zonder dat daarin onmiddellijk wordt begraven. 2.. Het in het eerste lid bedoelde recht kan door de rechthebbende worden afgekocht voor een periode van: 5 jaar tegen betaling ineens van vier maal het bedrag van dat recht; 10 jaar tegen betaling ineens van acht maal het bedrag van dat recht; 20 jaar tegen betaling ineens van vijftien maal het bedrag van dat recht; 30 jaar tegen betaling ineens van 23 maal het bedrag van dat recht; met dien verstande dat de afkoop voor de duur van tien, twintig en dertig jaar slechts mogelijk is, indien de rechthebbende nog over een grafrecht, als bedoeld in artikel 9, beschikt van meer dan respectievelijk vijf, tien en twintig jaar. 3.. De afkoopperiode, als bedoeld in het tweede lid, vangt aan met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat, waarin betaling van het afkoopbedrag heeft plaatsgehad of indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het grafrecht is gevestigd. 4.. Het onderhoudsrecht, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet geheven terzake van het door of vanwege de gemeente onderhouden van urnennissen welke in de urnenmuur in gebruik zijn gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel