**1..** Het college volstaat bij een maatregelwaardige gedraging als bedoeld
in artikel 11, derde lid van deze verordening met het geven van een
waarschuwing, tenzij binnen de voorafgaande 24 maanden een
vergelijkbare gedraging heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college ziet af van het opleggen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden; of
belanghebbende inmiddels geen bijstand meer ontvangt, tenzij
de belanghebbende binnen een periode van 12 maanden opnieuw
bijstand gaat ontvangen. In dat geval wordt een besluit
genomen over het alsnog toepassen dan wel afzien van een
verlaging op dat moment; of
het college dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college volstaat met het geven van een waarschuwing of
afziet van het opleggen van een verlaging op grond van dringende
redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling
gedaan.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 6.
Waarschuwing of afzien van het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Verordening Afstemming en handhaving Wet werk en bijstand c.s. 2013