Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verordening helingbestrijding

De in artikel 1 bedoelde personen zijn verplicht: de bladen van het in artikel 1 bedoelde register, alvorens het in gebruik te nemen, te doen waarmerken door het hoofd van de plaatselijke politie of door een van de door dat hoofd aangewezen ambtenaren; in elke ruimte, waar het bedrijf wordt uitgeoefend, bij voortduring een gewaarmerkt register aanwezig te hebben, en ingeval het bedrijf wordt uitgeoefend op of aan de openbare weg, een zodanig register bij zich te hebben; elk in gebruik zijnd register, telkens op eerste vordering aan de onder a. bedoelde functionaris ter onderzoek af te staan; het register, alvorens het buiten gebruik wordt gesteld, aan de onder a. bedoelde functionaris ter aftekening aan te bieden; de door hen bijgehouden registers te bewaren over een tijdvak van 10 jaar, nadat die registers buiten gebruik zijn gesteld; wanneer zij hebben opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, respectievelijk het beroep van opkoper niet langer uitoefenen, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a. bedoelde functionaris; in elke ruimte, waarin zij hun bedrijf uitoefenen, op duidelijk zichtbare wijze opgehangen te hebben een uittreksel uit de Wet van 7 juni 1919 (Staatsblad no. 311), benevens uit deze Verordening, van de inhoud en volgens het model door burgemeester en wethouders vastgesteld; door hen gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, voor zover dit met het oog op de aard der goederen naar het oordeel der politie mogelijk is, te voorzien van een nummer, overeenkomende met het nummer, waaronder die goederen in het in artikel 1 bedoelde doorlopende register zijn opgenomen; de goederen, welke zij in verband met de uitoefening van hun bedrijf voorhanden hebben, op eerste vordering te. tonen aan de in artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren; indien zij in de gelegenheid zijn, enig goed op te kopen, waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat het van misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a. bedoelde functionaris.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel