Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1a, bedraagt voor een recreatie-object per perceel per belastingjaar € 132,05
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1a, bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar
€ 264,10;
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1a, bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
**a..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,--: € 264,10;
**b..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,--: € 264,10, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer;
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1b, bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar
€ 66,03;
Het tarief als bedoeld in artikel 3, lid 1b, bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
**a..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,--: € 66,03;
**b..** indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,--: € 66,03, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer.
**5..** Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd.
6.Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.