Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Herplant-/-instandhoudingsplicht

Onderdeel van Bomenverordening 2000

Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, danwel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Indien een herplantplicht niet of onvoldoende mogelijkheid biedt tot compensatie dan kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich het houtopstand bevindt/bevond, een betalingsverplichting opleggen ter (volledige) compensatie met inachtneming van: De betalingsverplichting wordt ontleend aan de methode Raad De betalingsverplichting wordt gestort in de gemeentekas ten behoeve van herplant in de nabije omgeving van de gevelde houtopstand.

Rechtspraak bij dit artikel