Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Montferland

In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht  of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1, eerste lid, van de ‘Bouwverordening Montferland 2012’ daaronder wordt verstaan. college: het college van burgemeester en wethouders. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet  daaronder wordt verstaan; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt Verstaan (plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Onder openbare plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, bijvoorbeeld een kerkgebouw). rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of  persoonlijk recht; recreatiegebieden Stroombroek en De Nevelhorst: de gebieden binnen de grenzen die zijn weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; weg: ● hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan (alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden  met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen  behorende paden en bermen of zijkanten), en ● de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelplaatsen, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, stranden en aanlegplaatsen voor vaartuigen, en ● de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn. ● andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel