1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor
andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a.langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn
oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
gemeente;
b.op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
gemeente.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
eerste lid, aanhef en onder a.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal
wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.
4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 1.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Montferland