Naar hoofdinhoud

Artikel 3

; criteria voor het wel of niet verhogen van de bijstandsnorm voor alleenstaande en alleenstaande ouders

Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet werk en bijstand 2007

Toeslagen: De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor: de alleenstaande van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen met een ander; de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen met een ander. De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor: de alleenstaande van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met een ander (echtpaar) of met verschillende anderen; de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar; die de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met een ander (echtpaar) of met verschillende anderen. In navolging op het eerste en tweede lid van dit artikel bedraagt bij kamerhuur de toeslag 20% van de gehuwdennorm mits; er een officieel huurcontract aanwezig is en er een commerciële huurprijs betaald wordt en er geen andere personen de kamer bewonen en de huur via bank en/of giro wordt betaald. er een eigen hoofdingang, evenals een eigen kook- en douche- en toiletvoorziening, voor de kamersbewoner aanwezig is. In alle andere situaties wordt aangenomen dat de algemene bestaanskosten gedeeld kunnen worden en bedraagt de toeslag 10% van de gehuwdennorm. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen tot 18 jaar; kinderen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar met een gezamenlijk inkomen dat minder bedraagt dan 50% van de gehuwdennorm. Hierbij wordt uitgegaan van bedragen exclusief vakantietoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel