Naar hoofdinhoud
1.. De grafrechten vervallen: a.. door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; b.. indien de rechthebbende afstand doet van zijn recht; c.. indien de begraafplaats wordt opgeheven; d.. door overige in de Wet gestelde bepalingen. 2.. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren indien: a.. de betaling van het uitsluitend recht en de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht, ondanks schriftelijke aanmaning daartoe, niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn zijn geschied; b.. de rechthebbende, ondanks schriftelijke aanmaning daartoe, in verzuim is een op grond van deze Verordening op hem rustende verplichting niet nakomt; c.. indien de rechthebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen de in deze Verordening gestelde termijn is overgeschreven. 3.. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid onder b, c en d en lid 2, vindt geen restitutie van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten plaats. 4.. De eventueel op het graf aanwezige grafbedekking of beplanting kan gedurende één maand voor het vervallen van het grafrecht worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel