**1.** Beperkingen in zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van een individuele burger moeten eerst binnen de eigen mogelijkheden, dan wel met inzet van algemene en/of collectieve voorzieningen worden opgelost. Ook alle (wettelijke) voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen, die beschikbaar en bruikbaar zijn, moeten hierbij betrokken worden.
**2.** Slechts indien daarmee de beperkingen niet in afdoende mate kunnen worden weggenomen gaat het Dagelijks Bestuur over tot het inzetten van individuele voorzieningen.
**3.** Om voorzieningen in onderlinge samenhang op de situatie van de belanghebbende te kunnen afstemmen, moet samen met de belanghebbende een resultaat worden bereikt dat als compensatie mag gelden. Daarbij neemt het Dagelijks Bestuur het verslag van het gesprek indien aanwezig als uitgangspunt. Het Dagelijks Bestuur gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat.
**4.** Bij het onderzoek en de indicatiestelling wordt gebruik gemaakt van de systemen neergelegd in de International Classification of Functioning, Disability and Health, de zogenaamde ICF-classificatie.
**5.** Bij het compenseren van beperkingen die een belanghebbende ondervindt in de zelfredzaamheid en bij de maatschappelijke participatie wordt rekening gehouden met de eigen verantwoordelijkheid bij de keuzes die hij/zij maakt in het leven. Het Dagelijks Bestuur houdt bij de beoordeling rekening met het verstandelijke vermogen van de belanghebbende.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 5
Compensatieplicht middels inzet van individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2013