Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 2.2

Samenstelling rekenkamer

Onderdeel van Verordening Westeinder Rekenkamer gemeente Aalsmeer 2007

Aan de gemeentelijke rekenkamer wordt leiding gegeven door de directeur rekenkamer, die door de raad van buiten de kring van zijn leden wordt benoemd op voordracht van het presidium voor een periode van twee (2) jaar, de eerste maal tot 7 juli 2008; deze directeur kan door de raad worden herbenoemd. De directeur rekenkamer is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag. De directeur gemeentelijke rekenkamer is geen ambtenaar in de zin van het ambtenarenreglement voor zover dit ondergeschiktheid impliceert. Alvorens zijn functie te aanvaarden legt de directeur rekenkamer in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot directeur rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als directeur rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik)” Ten minste vier (4) maanden voorafgaan aan de afloop van de onder het eerste lid genoemde benoemingsperiode maken burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad kenbaar een voorstel tot al dan niet benoeming van de directeur rekenkamer aan de gemeenteraad te zullen voorleggen. De gemeenteraad besluit ten minste twee (2) maand voor afloop van de benoemingsperiode.

Rechtspraak bij dit artikel