Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Boetes

Onderdeel van Beleidsregels Wet inburgering Stichtse Vecht

1.1. Algemeen Een bestuurlijke boete kan op drie momenten worden opgelegd: bij de intake van de inburgeringsplichtige, de oproep en het onderzoek; bij de uitvoering van de aangeboden inburgeringsvoorziening; bij overschrijding van de termijn voor het afleggen van het examen. 1.2. Onderzoek door de consulent Het onderzoek kent zes elementen: Het rapport over de overtreding, Het boete-onderzoek, Het horen van betrokkene, Het ontwerp-boetebesluit, De zienswijze van de overtreder, Het definitieve boetebesluit. 1.3 Rapport De consulent maakt binnen de termijn van vier weken een rapport op van de overtreding. Dit rapport bevat tenminste de naam van de overtreder, de overtreding, en het overtreden voorschrift. Binnen 13 weken na dagtekening van het rapport moet het definitieve boetebesluit genomen zijn. 1.4 Boete-onderzoek De consulent moet zich in het boete-onderzoek de volgende vragen stellen: Is dezelfde overtreding al eerder beboet? Zo ja, geen boete. Is er sprake van recidive? Zie artikel 12 van de verordening. Is de overtreding verwijtbaar? Zo nee, dan kan geen boete worden opgelegd. Bestaat voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond? Zo ja, geen boete. Is voor de overtreding een maatregel op de uitkering (ook van het UWV) opgelegd? Zo ja, geen boete. 1.5 Horen van betrokkene Als in het boete-onderzoek het gedrag boetewaardig wordt bevonden, wordt de betrokkene gehoord. Bij deze hoorzitting heeft de overtreder zwijgrecht en is hij niet verplicht tot antwoorden. Genoemde gesprekken worden gevoerd door een ambtenaar, die niet bij het proces betrokken is. 1.6 Vaststelling hoogte boete Als een boete van toepassing is, wordt bepaald aan de hand van de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid wat de hoogte van de boete moet zijn. Er wordt rekening gehouden met de draagkracht en de persoonlijke omstandigheden van de overtreder. 1.7 Ontwerp boetebesluit en zienswijze, definitief boetebesluit De kwaliteitsmedewerker, zoals voorgeschreven in de AWB, stelt een ontwerp boetebeschikking op en de overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze hierop naar voren te brengen. 2. Na afweging van alle naar voren gekomen informatie wordt het definitieveboetebesluit binnen genoemde 13 weken genomen en aan de overtreder bekendgemaakt. De ambtenaar die namens het college de boete oplegt, mag niet dezelfde zijn, die het rapport heeft opgesteld. Bij het instellen van bezwaar of beroep door betrokkene wordt de vervaltermijn van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete opgeschort tot onherroepelijk is beslist op bezwaar of beroep. 1.8 Inning van de boete. Als de overtreder een uitkering ontvangt, kan inning van de boete middels verrekening met die uitkering worden uitgevoerd (artikel 44 Wi). De mogelijkheid is daarbij aanwezig om een spreiding in de inning toe te passen. Deze spreiding wordt toegepast tot de beslagvrije voet, tenzij er sprake is van schending van de inlichtingenplicht in combinatie met recidive; in dat geval is de Wet aanscherping handhaving sociale zekerheidswetten van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel