Naar hoofdinhoud

Artikel 5.1

Artikel 5.1

Onderdeel van Beleidsregels voorrangsregeling woonruimteverdeling

Bevat de criteria en procedure voor woningzoekenden afkomstig uit een opvanginstelling. Kernpunt van de regeling is te komen tot een planmatiger uitstroom uit opvanginstellingen en betere waarborgen voor wat betreft het zelfstandig kunnen wonen en de nabegeleiding van de uitbehandelde cliënt. Als hier niet, of onvoldoende in is voorzien, wordt de aanvraag om een voorrangsverklaring geweigerd. De verantwoordelijkheid voor een goede gang van zaken is nadrukkelijk bij de opvanginstelling gelegd. Opvanginstellingen die niet aan de voorwaarden voldoen, kunnen in het uiterste geval worden uitgesloten van deelname aan de voorrangsregeling. De regeling geldt voor cliënten van opvanginstellingen die voor hun opname een zelfstandige woning in de regio Drechtsteden bewoonden. Zij moeten zich zo spoedig mogelijk na hun opname in de opvanginstelling laten inschrijven als woningzoekende. Om het huisvestingsproces van de cliënt zo goed mogelijk te laten verlopen is het van belang dat de gemeente de huisvestende corporatie van voldoende relevante achtergrondinformatie voorziet. ` Van de eis van maatschappelijke binding aan de regio is ontheffing mogelijk als de terugkeer naar de plaats van herkomst tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden. Dit geldt ook voor cliënten die niet kunnen terugkeren naar hun oude woonplaats, bijvoorbeeld omdat daar geen alternatieve woonruimte voorhanden is. In voorkomende gevallen moet met bewijzen worden aangetoond waarom terugkeer niet mogelijk is en vindt er een zorgvuldige afweging plaats.

Rechtspraak bij dit artikel