Het recht op een vervoervoorziening
1.Het college houdt bij de verstrekking van een vervoervoorziening rekening met de
individuele vervoersbehoefte.
2.De aanvrager kan slechts voor een (aanpassing van een) auto als verstrekking in natura
of als persoonsgebonden budget in aanmerking komen, indien geen van de overige in
artikelen 6.1, 6.2 en 6.3 genoemde voorzieningen als adequaat kan worden aangemerkt.
3.De aanvrager die in het bezit is van een eigen auto kan door af te zien van een aanspraak
op de in artikel 6.1 genoemde voorziening kiezen voor een voorziening als genoemd in artikel
3, eerste lid, sub b.
De aanvrager kan slechts voor een voorziening als bedoeld in artikel 6.2, sub a in aanmerking
komen als hij over een adequate stalling beschikt. De kosten van deze stalling moeten in redelijke verhouding staan tot de huur- of aanschafkosten alsook tot de verwachte gebruiksduur van de betreffende voorziening.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5
Artikel 6.5
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2013