Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Artikel 7.2

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2013

Persoonsgebonden budget voor gekochte rolstoelen 1.Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel omvat twee bestanddelen: een eenmalige vergoeding voor de aanschaf inclusief standaard fabrieksopties (A) en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en eventueel verzekering (B). Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksperiode, als bedoeld in het derde lid, ten hoogste: Soort voorziening Totaal (A+B) Aanschaf (A) Verzekering en onderhoud voor hele periode (B) 1 duwwandelwagen voor continu gebruik € 3.650 € 3.150 € 500 2 handbewogen rolstoel voor incidenteel / kortdurend gebruik € 1.025 € 775 € 250 3 handbewogen rolstoel voor (semi-) permanent / algemeen gebruik € 2.750 € 2.250 € 500 4 handbewogen rolstoel voor actief gebruik € 2.600 € 2.100 € 500 5 elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair binnen, maar ook in en om het huis € 9.450 € 6.950 € 2.500 6 elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair buiten, maar ook binnenshuis € 10.800 € 8.300 € 2.500 Bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget stelt het college een programma van eisen voor de rolstoel beschikbaar. Het college hanteert een gebruiksduur van 6 jaar voor een rolstoel. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via het persoonsgebonden budget aangeschafte rolstoel voldoende te laten onderhouden. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur voor de via het persoonsgebonden budget aangeschafte elektrische rolstoel tenminste een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Het college vergoedt alleen de werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de rolstoel op basis van aankoopbewijs of vooruitbetaald op basis van een offerte. De meerkosten die verband houden met noodzakelijke individuele aanpassingen worden voor 100% vergoed. De jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van een rolstoel wordt voor de eerste keer verstrekt in het jaar volgend op het jaar van aanschaf. Voor elektrische rolstoelen wordt in het jaar van aanschaf een voorschot van € 50,00 verstrekt op de tegemoetkoming voor kosten van verzekering. Indien vast staat dat de aanvrager de rolstoel niet meer gebruikt, is hij gehouden de restwaarde ervan aan het college te vergoeden. Bij overlijden van de aanvrager binnen de gebruiksduur van de voorziening rust deze verplichting op de erfgenamen van de aanvrager. Indien vanwege medische redenen binnen 6 jaar opnieuw een persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt aangevraagd, wordt deze eventueel verstrekt onder inhouding van het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte rolstoel. 11 Indien degene aan wie een persoonsgebonden budget voor een rolstoel is toegekend, binnen 6 jaar verhuist, wordt het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte rolstoel gevorderd, tenzij het college van de nieuwe woonplaats de verstrekking overneemt. 12 De restwaarde van de rolstoel wordt als volgt bepaald: Bij verhuizing of overlijden van aanvrager of niet meer adequaat zijn van de voorziening Restwaarde als percentage van verstrekt aanschafgedeelte van het persoonsgebonden budget ~ in het eerste jaar 75 % ~ in het tweede jaar 55 % ~ in het derde jaar 40 % ~ in het vierde jaar 30 % ~ in het vijfde jaar 20 % ~ in het zesde jaar 10 %

Rechtspraak bij dit artikel