Voor de toepassing van deze verordening wordt:
onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare
dienst bestemde gemeentewater begrepen;
onder eigendom verstaan een roerende of onroerende
zaak;
onder aansluiting van een eigendom verstaan het leggen
door de gemeente van een buisleiding van het in de openbare weg
aanwezige afvoerstelsel tot aan het eigendom ten behoeve waarvan de
aansluiting geschiedt, ertoe dienende om voor dat eigendom een
directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk
te maken;
onder gemeentelijk bouwterrein verstaan een bouwterrein
dat door de gemeente bouwrijp is gemaakt en door de gemeente is
verkocht;
onder open verharding wordt verstaan verhardingen
bestaande uit elementen. (bijv. bestratingen), puinverhardingen of
zandverhardingen;
onder gesloten verharding wordt verstaan verhardingen
bestaande uit asfalt of beton.