Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager dient bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over een laag inkomen. 2.. Bij de aanvraag worden geen bewijsstukken van de gemaakte kosten voor de voorzieningen meegezonden. De aanvrager bewaart deze bewijsstukken zelf ten behoeve van een eventuele steekproef. 3.. De bewijsstukken dienen tot een jaar na het verstrijken van de in artikel 3, lid 3 genoemde uiterste indieningstermijn bewaard te blijven. 4.. Voor de tegemoetkoming vrijwilligerswerk geldt dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van een bewijsstuk zoals bedoeld in Artikel 9, lid 1 sub c of d. 5.. Het college gaat bij voorzieningen steekproefsgewijs na of de financiële tegemoetkoming besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. Als gevolg van een steekproef overlegt aanvrager op verzoek alle geldige bewijsstukken waaruit blijkt dat de financiële tegemoetkoming besteed is aan het doel waarvoor de voorziening is verstrekt. Jaarlijks houdt het college hiervoor een steekproef.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel