**1..** De subsidiabele kosten voor het verplaatsten van woningen en bedrijfsgebouwen bestaan uit aan derden verschuldigde kosten voor:
arbeid, materiaal en machines ten behoeve van de afbouw van woningen en bedrijfsgebouwen, inclusief het saneren van de grond ten behoeve van het nieuwe gebruiksdoel en het verleggen van bekabeling en leidingen;
arbeid, materiaal en machines ten behoeve van het transport en tijdelijke opslag
van delen van de woningen en bedrijfsgebouwen;
van de inrichting, werktuigen en installaties horende bij de afgebouwde woningen en bedrijfsgebouwen;
arbeid, materiaal en machines ten behoeve van de opbouw van woningen en bedrijfsgebouwen, inclusief het bouwrijp maken van de grond, ophogen van de percelen waar de woningen of bedrijfsgebouwen op worden gebouwd en het verleggen van bekabeling en leidingen. Bij verplaatsing van bedrijfsgebouwen worden bij nieuwbouw de kosten gecorrigeerd naar rato van de inhoud van de afgebroken bedrijfswoning. De correctiefactor wordt berekend op grond van de volgende ratio: aantal m³ van de afgebroken bedrijfswoning / aantal m³ van de nieuwe woning, met een maximale factor van 1. Een bedrijfswoning wordt gedefinieerd zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan van de gemeente. De correctiefactor is niet van toepassing van bij verplaatsing van een woning waarop een woonbestemming van toepassing is.
advies in verband met de kosten onder a, b en c voor de inzet van adviseurs, architecten en ingenieurs tot een maximum van 15% van de totale kosten voor het verplaatsen woningen en bedrijfsgebouwen.
**2..** De subsidiabele kosten voor het vergraven van watergangen en voor maatregelen voor de waterhuishouding van aansluitende percelen zoals gesteld in artikel 3 lid 2 onder b. bestaan uit aan derden verschuldigde kosten voor:
arbeid, materiaal en machines voor het dempen van watergangen, inclusief het saneren van de grond ten behoeve van het nieuwe gebruiksdoel en het verleggen van bekabeling en leidingen;
kosten ten behoeve van het transport en de tijdelijke opslag van grond;
arbeid, materiaal en machines voor het graven van watergangen inclusief de aanleg van de bijhorende beschoeiing, het saneren van de grond ten behoeve van het nieuwe gebruiksdoel en het verleggen van bekabeling en leidingen;
advies in verband met de kosten onder a, b en c voor de inzet van adviseurs, architecten en ingenieurs tot een maximum van 15% van de totale kosten voor het vergraven van watergangen.
**3..** Onder de kosten van materiaal zoals opgenomen in de vorige leden wordt verstaan de kosten voor materialen en hulpmiddelen welke zijn verbruikt ten behoeve van de projectactiviteiten.
**4..** De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
de kosten die zijn gemaakt buiten de gemeente;
de aankoop van grond;
bij de aanvrager of medebegunstigde in rekening gebrachte BTW;
in het geval van huurkoop behoren de hier aan verbonden belastingen, rentes, verzekeringen en overheadkosten niet tot de subsidiabele kosten.
kosten die zijn betaald voor de datum van indiening van de aanvraag of meer dan 3 maanden na de einddatum van het project.
**5..** De kosten komen alleen voor subsidie in aanmerking als deze doelmatig zijn en voldoen aan de volgende criteria:
als voor de activiteiten een offerte is gevraagd aan ten minste 3 uitvoerende partijen waarbij in ieder geval de prijs als gunningcriterium is opgenomen.
als bij de indiening van het verzoek tot vaststelling de gedeclareerde kosten zijn aangetoond door middel van facturen en betaalbewijzen.
**6..** Aanvragers welke het vergraven van watergangen zelf uitvoeren kunnen de kosten begroten en verantwoorden op basis van een normtarief. Voor het vergraven van watergangen kan daarom van het vorige lid worden afgeweken als voldaan is aan alle van de volgende criteria:
de subsidieaanvrager of medebegunstigde maakt aannemelijk dat het economisch net zo gunstig of gunstiger is om het vergraven van de watergang zelf uit te voeren;
de subsidieaanvrager of medebegunstigde vergraaft de watergang zelf of laat het vergaven uitvoeren door werknemers die een arbeidsrelatie met de subsidieaanvrager of de medebegunstigde hebben;
de subsidieaanvrager hanteert de normtarieven en de gemaakte uren zoals die zijn vastgesteld als bijlage bij deze regeling door het College zijn gepubliceerd.
Hoofdstuk II:
Artikel 11