Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.
Het verslag houdt verder een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.
Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die bij het verslag worden gevoegd.
Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.