Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele
kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als
verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander
onderkomen of voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen
bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als
bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen
geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten
daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in
hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden
verhuurd dan wel te huur aangeboden;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het
gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen
of stacaravan;
jaarplaats: een vaste standplaats die 7-12 maanden beschikbaar is;
seizoenplaats: een vaste standplaats die 3-7 maanden beschikbaar is in de
periode tot 1 november;
voorseizoenplaats: een vaste standplaats die maximaal 3 maanden beschikbaar is
in de periode tot 1 juli.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2013.