Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.3

Persoonsgebonden budget (PGB) voor hulp bij het huishouden

Onderdeel van Besluit nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning Venlo 2013

De hoogte van het PGB: Het bruto uurtarief voor het PGB voor hulp bij het huishouden bedraagt: € 13,05 voor hulp bij het huishouden I (tevens vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet op de loonbelasting 1964, alfahulp) € 17,40 voor hulp bij het huishouden II Het PGB/bemiddelingsfunctie voor inzet van een alfahulp is gelijk aan de met de gecontracteerde (zorg)aanbieders overeengekomen tarieven voor de afzonderlijke diensten binnen deze constructie, zijnde € 4,- voor de bemiddelingsfunctie en € 12,80 als vergoeding voor de alfahulp. Indexering: Indien het college ingevolge artikel 30 van de Verordening besluit tot indexering van de PGB-tarieven voor hulp bij het huishouden, vindt indexering plaats op basis van de prijsindex voor de CAO lonen in de gezondheids- en welzijnszorg (CBS). Het bruto PGB wordt berekend naar het geïndiceerde aantal minuten gedurende de periode waarin de voorziening noodzakelijk is. Uitbetaling PGB: Het PGB wordt bruto uitgekeerd. Dit betekent dat de belanghebbende zelf nog de verschuldigde eigen bijdrage moet afdragen. Het PGB wordt maandelijks uitbetaald, waarbij uitbetaling altijd plaatsvindt aan de klant. de betaling van het PGB start na ontvangst van de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 4.3 lid 5 sub a. Bijzondere verplichtingen: bij de verlening van het PGB worden de budgethouder de volgende bijzondere verplichtingen opgelegd: de budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst (bij een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 5, eerste lid Wet op de loonbelasting 1964 wordt een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten) met de persoon of instantie bij wie hij de huishoudelijke voorziening betrekt waarin ten minste de volgende afspraken zijn opgenomen: declaraties voor de hulp bij het huishouden worden niet betaald indien zij niet binnen 6 weken na de maand waarin de zorg is verleend bij de budgethouder zijn ingediend; een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder de hulp bij het huishouden betrekt bevat een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het burgerservicenummer en de naam en het adres van deze persoon en wordt door deze persoon ondertekend; een declaratie van een instantie bij wie de budgethouder de hulp bij het huishouden betrekt, bevat het BTW-nummer van die instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, alsmede de naam en het adres van de instantie en wordt namens de instantie ondertekend. de budgethouder bewaart de in onderdeel a bedoelde originele overeenkomsten en declaraties gedurende 5 jaar en stelt, desgevraagd, kopieën hiervan ter beschikking aan het college; na afloop van het kalenderjaar wordt desgevraagd door de budgethouder een daartoe bestemd formulier aan het college ter beschikking gesteld, waarop hij naam, adres en burgerservicenummer van de huishoudelijke hulp(en) respectievelijk naam, adres en BTW-nummer en/of inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel van de hulpverlenende instantie heeft aangetekend, alsmede het in dat kalenderjaar aan die persoon of die instantie betaalde bedrag. Deze verplichting is niet van toepassing indien de budgethouder verplicht is tot loonheffing. Tussentijdse verantwoording: ten aanzien van de tussentijdse verantwoording geldt: Na afloop van elk kwartaal wordt middels een aselecte steekproef 10% van de budgethouders gecontroleerd op de besteding van het PGB over een verantwoordingsperiode van een kwartaal; Bij iedere nieuwe budgethouder vindt een controle plaats na afloop van de eerste verantwoordingsperiode; De budgethouder legt op verzoek van de gemeente binnen 3 weken na dagtekening van een verzoek daartoe verantwoording af over de in het verzoek vermelde verantwoordingsperiode, middels een door de gemeente verstrekt verantwoordingsformulier met bijbehorende bewijsstukken (declaraties, loonstroken en betaalbewijzen zoals bankafschriften en kwitanties); Leden van leef- en woongemeenschappen mogen gezamenlijk verantwoording afleggen over het totaal van het aan de individuele leden toegekende PGB; Gecontroleerde budgethouders krijgen binnen 8 weken na de verantwoording bericht over het resultaat van de controle. Toetsingskader (norm) voor de rechtmatigheidscontrole: de tussentijdse verantwoording wordt getoetst aan de volgende criteria: Het voor een bepaalde periode toegekende PGB is volledig besteed aan de voor deze periode geïndiceerde uren en de daarmee samenhangende kosten (exclusief de kosten van het beheer van het PGB), op voorwaarde dat: minimaal de geïndiceerde uren zijn ingekocht tegen het tarief als bedoeld in artikel 4.3 lid 1; of er zijn meer uren ingekocht tegen een lager tarief. De verantwoording wordt niet geaccepteerd: Voor zover uit de verantwoording blijkt dat de geïndiceerde uren zijn ingekocht tegen een lager tarief als bedoeld in artikel 4.3. lid 1, waardoor een deel van het budget niet is besteed. Het niet-bestede deel wordt niet geaccepteerd; Voor zover uit de verantwoording blijkt dat er minder uren zijn ingekocht dan geïndiceerd tegen een tarief dat lager is dan het tarief als bedoeld in artikel 4.3 lid 1. Het niet-bestede deel wordt niet geaccepteerd; Voor zover uit de verantwoording blijkt dat er minder uren zijn ingekocht dan geïndiceerd tegen een hoger tarief als bedoeld in artikel 4.3 lid 1. In dit geval vindt er een herberekening plaats, waarbij de feitelijk ingekochte uren worden vermenigvuldigd met het tarief als bedoeld in artikel 4.3. lid 1. Tot dit bedrag wordt de verantwoording geaccepteerd, het resterende bedrag wordt niet geaccepteerd; Voor zover uit de verantwoording blijkt dat het PGB anders is besteed dan waarvoor het is toegekend. Het anders bestede deel wordt niet geaccepteerd; Voor zover uit de verantwoording blijkt dat er kosten zijn gemaakt voor het beheer van het PGB. Het hieraan bestede deel wordt niet geaccepteerd. Aanvullende onderzoek: Er wordt een aanvullend onderzoek ingesteld, indien op grond van de ingediende verantwoording niet kan worden vastgesteld of het PGB rechtmatig is besteed (bijvoorbeeld: de budgethouder werkt niet mee aan de controle of op grond van de verantwoording wordt de budgethouder mogelijk onvoldoende gecompenseerd_; In afwachting van de uitkomst van het aanvullend onderzoek, wordt de betaling per direct stopgezet bij ernstige twijfel over de rechtmatige besteding; Indien een aanvullend onderzoek plaatsvindt, wordt de termijn als bedoeld in artikel 4.3 lid 6 sub e opgeschort tot het aanvullend onderzoek is afgerond; De uitkomst van het aanvullende onderzoek wordt meegenomen in het oordeel over de verantwoording. Verrekening Het ingevolge 4.3 lid 7 niet-geaccepteerde deel van de verantwoording wordt verrekend met toekomstige betalingen; De budgethouder ontvangt binnen 8 weken na verantwoording een besluit tot verrekening; Als de verrekening een gezamenljike verantwoording van een woon- of leefgemeenschap betreft, vindt verrekenign evenredig over alle leden van de woon- of leefgemeenschap plaats; Elke budgethouder die een besluit tot verrekening als bedoeld onder 9b heeft ontvangen, wordt na afloop van de daaropvolgende verantwoordingsperiode opnieuw gecontroleerd. Bijzondere intrekkinggronden: onverminderd de intrekkinggronden genoemd in artikel 27 van de Verordening wordt de beschikking, waarbij het PGB is toegekend, geheel of gedeeltelijk ingetrokken: met ingang van de 14e dag gelegen ná de dag waarop de budgethouder overlijdt; met ingang van de dag waarop de budgethouder langer dan 2 maanden aaneengesloten verblijft in een instelling als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of de Zorgverzekeringswet; met ingang van de dag waarop de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel