Naar hoofdinhoud
1. Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in lid 2 t/m 4 verstrekt het bestuursorgaan aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan lid 2 t/m 3 of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht; 2. Het bestuursorgaan is bevoegd de aanvraag binnen vier weken na ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond is; 3. Een besluit om een onvolledige aanvraag niet, onderscheidenlijk niet verder in behandeling te nemen, wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen; 4. Het bestuursorgaan kan de laatste in het lid 3 genoemde termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen; 5. De termijn genoemd in lid 1 kan langer zijn indien er budget verzocht moet worden aan de raad voor het laten uitbrengen van een advies door één of meerdere adviseurs gezamenlijk. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Daarbij rekening houdend met een zo kort mogelijke termijn (niet meer dan noodzakelijk).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel