Het college bepaalt in nadere regels of een subsidieontvanger in de gevallen genoemd in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb een vergoeding verschuldigd is voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming.
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een door het college aan te stellen onafhankelijke deskundige.
Paragraaf
Artikel 12
Vergoeding voor met subsidie opgebouwd vermogen
Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING BERKELLAND 2013