**1..** De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid:
vindt niet plaats voor de gehuwden waarbij in hun woning uitsluitend inwonende kinderen verblijven en indien deze kinderen een inkomen hebben dat lager ligt dan de norm van een alleenstaande.
bedraagt 6% voor de gehuwden in wier woning uitsluitend inwonende kinderen verblijven indien tenminste één kind een inkomen heeft gelijk aan of hoger dan de norm van een alleenstaande.
**3..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 15% voor de gehuwden die inwonen bij de ouder(s) of verblijven in een instelling van maatschappelijke opvang.
**4..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de gehuwden waarop het tweede of derde lid niet van toepassing is:
6%, indien een zakelijke overeenkomst inzake het gebruik van de woning wordt aangetoond;
15%, indien geen zakelijk overeenkomst inzake het gebruik van de woning wordt aangetoond.
**5..** In afwijking van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid, vindt geen verlaging als bedoeld in het eerste lid plaats voor de gehuwden die in hun woning verblijvende hulpbehoevende verplegen of verzorgen, dan wel die zelf hulpbehoevend zijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Verlaging gehuwden
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 (2004)