Deze verordening verstaat onder:
de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);
Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onder b van de wet;
bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onder d van de wet;
bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5, onder c van de wet. Voor zelfstandigen van 18 tot 27 jaar die een Bbz-uitkering ontvangen of hebben ontvangen, wordt onder “bijstandsnorm” verstaan de norm die op grond van artikel 78f, tweede lid van de wet op hen van toepassing is;
maatregel: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid van de wet;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid van de WWB
beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;
bezit:waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2013