Naar hoofdinhoud
1. Afdoening buiten de vergadering om van een door Gedeputeerde Staten te nemen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waarvoor op grond van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht geen mandaat kan worden verleend, is in spoedeisende gevallen mogelijk met inachtneming van hetgeen bepaald is in het tweede tot en met vierde lid. 2. Het voorstel en de bijbehorende stukken worden op geschikte wijze aan de leden van Gedeputeerde Staten ter parafering aangeboden. 3. Indien de meerderheid van de zitting hebbende leden het voorstel voor akkoord heeft geparafeerd is het besluit genomen, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Indien een van de leden aangeeft dat het noodzakelijk is dat het stuk besproken moet worden, wordt het voor de eerstvolgende vergadering van Gedeputeerde Staten geagendeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel