Het lidmaatschap van een plaatsvervangend lid als bedoeld in artikel 58, eerste lid, eindigt:
indien het plaatsvervangend lid ontslag neemt;
door verlening van ontslag door de voorzitter van Provinciale Staten;
indien het plaatsvervangend lid wordt toegelaten als lid van Provinciale Staten;
met ingang van de vergadering van Provinciale Staten in nieuwe samenstelling.