**1.** Provinciale Staten stellen in de eerstvolgende vergadering na de dag van ontvangst van het burgerinitiatiefvoorstel vast of het een geldig voorstel, als bedoeld in artikel 47, betreft. Indien de eerstvolgende vergadering plaatsvindt binnen twee weken na de dag van ontvangst van het voorstel, vindt deze vaststelling plaats in de daarop volgende vergadering.
**2.** Indien Provinciale Staten vaststellen dat het burgerinitiatiefvoorstel niet voldoet aan het gestelde in artikel 48 eerste lid, dan sturen zij het door naar Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koningin, indien het onderwerp dat in het voorstel is opgenomen tot de bevoegdheid van één van deze bestuursorganen behoort.
**3.** Indien Provinciale Staten vaststellen, dat het voorstel voldoet aan artikelen 47, 48 en 49, dan wordt het voorstel geagendeerd overeenkomstig artikel 17 voor de eerstvolgende vergadering.
**4.** Van elk besluit, dat Provinciale Staten op grond van dit artikel omtrent het burgerinitiatiefvoorstel nemen, wordt door de voorzitter van Provinciale Staten in ieder geval mededeling gedaan aan de initiatiefgerechtigde.