Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 58

Burgercommissieleden

Onderdeel van Reglement van Orde PS provincie Groningen

Tot lid van een commissie kunnen tevens worden benoemd degenen die bij de laatstgehouden verkiezingen voor de leden van Provinciale Staten als kandidaat op de kieslijst van de betreffende partij zijn vermeld en voldoen aan de voorwaarden voor het lidmaatschap van Provinciale Staten, bedoeld in de artikelen 10 en 13 van de Provinciewet. Deze leden worden burgercommissieleden genoemd. De twee eerstvolgende kandidaten op de kieslijst, die niet zijn benoemd tot lid van Provinciale Staten, kunnen als burgercommissielid worden benoemd. Hiervan kan slechts gemotiveerd worden afgeweken. Per fractie kunnen maximaal twee burgercommissieleden voor elk één commissie worden benoemd, óf één burgercommissielid voor twee commissies worden benoemd. Bij een verzoek tot benoeming worden schriftelijke stukken overlegd waaruit blijkt dat aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden wordt voldaan. Het burgercommissielid wordt benoemd door de voorzitter van Provinciale Staten op voordracht van de fractievoorzitter. De voorzitter van Provinciale Staten benoemt na advies van de fractievoorzitters te hebben ingewonnen. Het advies bevat het verslag van het onderzoek door een commissie van drie fractievoorzitters naar de geloofsbrieven van de voorgedragene. Na zijn benoeming doch voor het begin van zijn werkzaamheden zendt het burgercommissielid een verklaring in luidende als volgt: "Ondergetekende .….(volgt naam, adres en woonplaats) verklaart dat hij/zij om tot lid van de commissie te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heeft gegeven of beloofd, dat hij/zij rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heeft aangenomen of zal aannemen om iets te doen of te laten als burgercommissielid en dat hij/zij zijn/haar verplichtingen als burgercommissielid naar eer en geweten zal vervullen.", gevolgd door de datum en de handtekening van het burgercommissielid.

Rechtspraak bij dit artikel