**1.** Belangstellenden als bedoeld in artikel 73 worden door de commissievoorzitter in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen mondeling ten overstaan van de commissie naar voren te brengen. De leden van de commissie worden daarna in de gelegenheid gesteld om vragen tot de belangstellende te richten. Daarbij gaan de leden niet in discussie met de belangstellende.
**2.** De commissievoorzitter vraagt vervolgens of de belangstellende die zijn zienswijze heeft uitgebracht, gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om te reageren op de beraadslagingen van de commissie over het agendapunt na afsluiting van de eerste termijn.
**3.** Indien de belangstellende daartoe de wens te kennen geeft, stelt de commissievoorzitter hem in de gelegenheid om van deze mogelijkheid gebruik te maken. De alsdan aan de belangstellende gegeven spreektijd is maximaal twee minuten. De leden van de commissie nemen de nadere zienswijze van de belangstellende voor kennisgeving aan zonder verdere mogelijkheid tot het stellen van vragen aan of tot gedachtewisseling met de belangstellende.