Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2012

1.. De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen. 3.. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 4.. De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 5.. Indien door overlijden of ontslag van de voorzitter of zijn plaatsvervanger een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 5. 6.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid, niet raadslid zijnde, dat op voordracht van die fractie is aangemeld, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel