Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:
2,1 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 8 meter;
2,2 bij een vaartuig met een lengte van 8 tot 12 meter;
2,6 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer;
het aantal etmalen dat door de onder a. bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:
15 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 8 meter;
18 bij een vaartuig met een lengte van 8 tot 12 meter;
19 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer;
Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven dan wel blijken.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2009