**a..** het bedrag aan verhuis- en inrichtingskosten als genoemd in artikel 4.3 onder a van de verordening bedraagt in totaal € 2.500,-; laatstgenoemd bedrag is te specificeren in € 500,- voor verhuiskosten en € 2.000,- voor inrichtingskosten;
**b..** indien de nieuw te betrekken woning groter is dan drie kamers (woon- en twee slaapkamers), wordt een extra tegemoetkoming verstrekt van € 250,- per kamer tot een maximum van twee extra slaapkamers;
**c..** indien de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen bedraagt de tegemoetkoming in totaal € 1.250,- ( € 250,- voor verhuiskosten en € 1.000,- voor inrichtingskosten) en de extra tegemoetkoming € 125,- per kamer tot een maximum van twee extra slaapkamers;
**d..** het bedrag, genoemd in sub a, wordt verhoogd met een toeslag van € 500,-, indien het betreft een rolstoelgebonden persoon met een elektrische rolstoel, die is aangewezen op een rolstoeltoe- en doorgankelijke woning;
**e..** het bedrag aan verhuis- en inrichtingskosten, zoals genoemd in artikel 6.2 onder a, b, c en d, wordt betaald, indien de gemeente de nieuwe woning als adequaat heeft aangemerkt en de verhuizing binnen 12 maanden na verzending van de beschikking heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2
Artikel 6.2
Hoogte vergoeding verhuis- en inrichtingskosten
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning