**1.** Voor de berekening en inning van zeehavengeld worden de havens van
partijen bij de samenwerkingsregeling zeehavengeld in dit verband als
één havencomplex beschouwd. Partijen bij genoemde regeling hanteren
daartoe eenzelfde tariefstructuur, tarieven en gelijke
heffingstijdvakken. Opgave inzake en betaling van zeehavengeld kan
derhalve het verblijf in één, maar ook in meer havens in het havengebied
Rijnmond/Moerdijk betreffen.
**2.** Ter bepaling van de verblijfsduur wordt het verblijf voorts geacht niet
te zijn onderbroken wanneer het zeeschip:
a. het havengebied Rijnmond/Moerdijk uitsluitend heeft verlaten voor een
periode van ten hoogste twee maal 24 uur, op aanwijzing van of vanwege
de havenmeester om buitengaats te wachten op het vrijkomen van een
ligplaats, te ontgassen of schoonmaakhandelingen te verrichten;
b. het havengebied Rijnmond/Moerdijk uitsluitend heeft verlaten:
- in landinwaartse richting voor een periode van ten hoogste twee
maanden om herstellingen te ondergaan aan een
scheepsreparatie-inrichting in Nederland of
- om een proefvaart te maken, en het schip onmiddellijk na afloop
daarvan in het havengebied Rijnmond/Moerdijk terugkeert.
**3.** Als een zeeschip het havengebied Rijnmond/Moerdijk landinwaarts verlaat
en, zonder tussentijds buitengaats te komen, binnen twee maanden weer
bezoekt om vervolgens de haven in buitengaatse richting te verlaten,
wordt het eerste en tweede verblijf als één verblijf beschouwd.
Artikel 5
Samenwerkingsregeling zeehavengeld, verblijfsduur, achterlandregeling.
Onderdeel van 2013-42 Verordening op de heffing en invordering van zeehavengelden 2014