De periode van tegemoetkoming beloopt de periode waarin de afname van kinderopvang noodzakelijk wordt geacht in verband met:
deelname aan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
deelname aan een lopende voorziening voor 1 januari 2013 op grond van de Wet Inburgering;
deelname aan onderwijs bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
het verrichten van betaalde werkzaamheden en aanvullend een uitkering ontvangt op grond van de WWB, IOAW of IOAZ.
a. De tegemoetkoming gaat in vanaf de begindatum van de deelname
aan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling tot uiterlijk de einddatum van deelname aan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; of
De tegemoetkoming gaat in vanaf de begindatum van de deelname aan onderwijs bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
In geval een situatie zoals bedoeld in het eerste lid onder d van dit artikel gaat de tegemoetkoming in vanaf de aanvraagdatum tot aan uiterlijk de eerste dag van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
HOOFDSTUK 2 Aanvraagprocedure
Hoofdstuk
Artikel 4
de periode van de tegemoetkoming
Onderdeel van Vaststellen van de beleidsregel gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten kinderopvang