Naar hoofdinhoud
1. Onder godsdienstonderwijs wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan het onderricht in kennis van de Bijbel, Bijbelse geschiedenis, godsdienstgeschiedenis en cultuurgeschiedenis van het Christendom. 2. De inhoud van het levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt door burgemeester en wethouders, na overleg met de desbetreffende leraren, vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel