**1..** De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk
wordt geweigerd als:
de noodzaak tot het treffen van deze voorziening het gevolg
is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij
het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of
gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke
reden aanwezig was;
aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op
dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij
daarvoor tevoren schriftelijke toestemming is verleend door
het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten anders dan:
verbreden van toegangsdeuren;
automatische deuropeners;
hellingbanen;
drempelhulpen of vlonders;
extra trapleuningen;
opstelplaats voor rolstoel bij toegangsdeur
woongebouw.
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op
basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te
voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en
er geen sprake is van een onverwacht optredende
noodzaak;
de belemmering voortkomt uit de aard van de in de woning
gebruikte materialen of uit de slechte staat van de woning
als gevolg van toerekenbaar achterstallig onderhoud;
de aangevraagde voorziening betrekking heeft op een hoger
niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
woningbouw;
de kosten van de woonvoorziening, niet zijnde een losse
woonunit, een bedrag van € 45.380 te boven gaat.
**2..** Het college stelt nadere regels in het Besluit maatschappelijke
ondersteuning gemeente Brummen voor de maximale vergoeding voor een
woonvoorziening in natura, als persoonsgebonden budget of als
financiële tegemoetkoming.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.17
Beperkingen in de verlening van woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2013