Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.17

Beperkingen in de verlening van woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2013

1.. De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd als: de noodzaak tot het treffen van deze voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijke toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: verbreden van toegangsdeuren; automatische deuropeners; hellingbanen; drempelhulpen of vlonders; extra trapleuningen; opstelplaats voor rolstoel bij toegangsdeur woongebouw. de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; de belemmering voortkomt uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of uit de slechte staat van de woning als gevolg van toerekenbaar achterstallig onderhoud; de aangevraagde voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; de kosten van de woonvoorziening, niet zijnde een losse woonunit, een bedrag van € 45.380 te boven gaat. 2.. Het college stelt nadere regels in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen voor de maximale vergoeding voor een woonvoorziening in natura, als persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming.

Rechtspraak bij dit artikel