Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5
en 6 van de wet kan voor een voorziening al bedoeld in artikel 4.3, lid
1 onder c. in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op
basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
aanwezige gedragsstoornis, met ernstig ontremd gedrag tot gevolg,
waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie
waarin deze persoon tot rust kan komen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.9
Uitraasruimte
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2013